Digital art

                                   Arabische meisjes verzamelen moed om hun eigen dromen te volgen .

"Sinds ik de hoop op een liefhebbende vader verloor op mijn elfde leerde ik op mezelf terugvallen, mijn dromen voor mezelf te houden. Sterk en vastberaden vanbinnen en binnenkort ook vanbuiten. Dit is mijn leven. Elke dag zoek ik mijn eigen weg. Mijn vader weet dat hij me niet kan tegenhouden."

'Hoe komt het dat ik als enige in mijn familie een andere waarheid zie? Voor de revolutie was ik niet zo bewust met politiek bezig, maar ik heb altijd geweten wat vrijheid is. Twee incidenten - voor altijd op mijn netvlies gebrand - hebben me van vaders' pad doen afwijken. Toen ik acht was legde mijn privéleraar Arabisch eens zijn hand op mijn been. Hij was wel regelmatig zo handtastelijk. Ik was verstijfd van schrik en wist niet hoe ik moest reageren, maar ik wist dat het verkeerd was. Op een keer zag mijn vader zijn hand op mijn been. Toen de man weg was, kwam vader naar me toe en gaf me een slag in het gezicht. "Waarom laat je hem zijn hand op je been leggen?" riep hij. Alsof ik het had uitgelokt, het had laten gebeuren, en dat ik daarom slecht was.

Als achtjarig meisje wist ik nochtans snel dat de fout niet bij mij lag, maar dat vader rare gedachtekronkels had. Toch wilde ik hem nog een kans geven. Ik hoopte nog op een liefhebbende vader. Die hoop verloor ik op mijn elfde. Ik was aan het spelen met vriendinnen in het dorp van mijn grootouders. Jongens begonnen ons te plagen en glazen flessen naar ons te gooien. Ze sloegen ons. Ik liep naar huis en vertelde het aan vader. In plaats van me te steunen, begon hij tegen mij te schreeuwen. "Misschien hebben jullie iets gezegd of gedaan!" riep hij. De kloof tussen hem en mij is nooit meer gedicht. Sindsdien leerde ik op mezelf terugvallen, en mijn dromen voor mezelf te houden. Maar ik ben altijd blijven dromen, en botsen met hem.

Op mijn elfde wilde ik zanglessen nemen, maar hij verbood het. Tegen zijn begrip van de islam. Ik was misschien nu al een goede zangeres geweest, als ik toen was begonnen. Ik ben altijd blijven zingen, elke avond als ik rustig alleen op mijn kamer was. Maar ik moet zachtjes zingen. Als vader het hoort, komt hij mijn kamer binnen. Op een keer betrapte hij me. "Wat doe je? Je hebt een mooie stem, maar zing gewoon Koran", zei hij. Soms komt hij plots mijn kamer binnen en loopt hij wat rond om te zien wat ik op mijn laptop aan het doen ben. Dan stelt hij allerlei vragen. Hij lijkt wel een detective. Als ik hem hoor naderen, open ik snel een andere webpagina of leg ik het boek weg dat ik lees.

Onlangs heb ik opnieuw het plan opgevat om zanglessen te nemen en deze keer laat ik me niet meer tegenhouden. Mijn ouders hoeven het niet te weten te komen. Ik ga me inschrijven voor zanglessen aan de Culture Club in Zamalek, maar ik zeg hen dat ik workshops over human resources ga volgen. Ik probeer vader wel stap voor stap te overtuigen: ik vertel hem over een koor waarin zeven meisjes met een hoofddoek meezingen. Maar mijn droom is om alleen op het podium te staan, zoals de grote Egyptische zangeressen. Ik denk niet dat het aanvaard zou worden. Vrouwen met een hoofddoek mogen niet te sterk opvallen en vader wil niet dat er over mij geroddeld wordt.